<p>Het bekende Caf&eacute; Spoorzicht, dat was opgestart door hun ouders en uitgebaat werd door zijn broer Anton.</p>

Het bekende Café Spoorzicht, dat was opgestart door hun ouders en uitgebaat werd door zijn broer Anton.

(Foto: )

Bernard Mentink, laatste kolenboer

BORNE - Energietransitie, klimaatverandering, we moeten van het gas af! Bekende kreten, die ook eerder in onze geschiedenis te horen waren. Toen moesten we van de kolen af. Een vervelende tijd voor mijnwerkers en de kolenboeren

Antraciet, eierkooltjes, nootje vier, broodjes briketten. Generaties lang warmden mensen zich aan het ‘zwarte goud’ uit de Limburgse kolenmijnen en de veenkolonies. De wintervoorraad lag opgeslagen in het kolenhok bij het huis, de kolenkit met schep ernaast of pal naast de kachel in de woonkamer. Ook het fornuis in de keuken werd met kolen gestookt. Menig kind zat geboeid te kijken naar het spel van de dansende vlammetjes boven de roodgloeiende kooltjes, die langzaam uiteen vielen achter het deurtje met de micaruitjes. In strenge winters en die waren er vaak, waren de kolenboeren dagelijks op pad. De vondst van de aardgasbel bij Slochteren in 1959 luidde het einde in van het kolentijdperk en van de kolenboeren. Dat proces verliep langzaam maar onomkeerbaar. In 1974 viel het doek voor de laatste kolenmijn, de Oranje Nassau1 In Heerlen.

Bijna twee jaar daarvoor in het najaar van 1972, werd het laatste hoofdstuk van de Bornse kolenhandel geschreven door Bernard Mentink. Gezeten op de bok van zijn platte wagen mende hij zijn paard langs de klanten, om hen voor de laatste keer een mud of een paar mud brandstof in het kolenhok te kieperen. Pet op het hoofd, blauwe kiel om het bovenlijf en de teugels losjes in de hand, zo kenden de Bornenaren hem. Helemaal zeker is het niet, maar velen zeggen dat hij de laatste kolenboer was. Feit is dat collega’s als de gebroeders Egberink, Ellenbroek, Wiggers, Weghorst, Hietland, Meulenbelt en Ter Brugge, de strijd tegen het oprukkende aardgas al eerder hadden opgegeven.

Bernard Mentink werd op 28 september 1910 in Borne geboren. Op latere leeftijd woonde hij samen met zijn broer Anton pal naast het spoor aan de Deldensestraat. Anton was de uitbater van het bekende Café Spoorzicht, dat was opgestart door hun ouders. Dit pand werd in 1974 gesloopt. Als het werken gedaan was en de kolenhokken van de klanten gevuld, was Bernard er vaak te vinden. Hij hielp Anton, dronk er zijn borreltje en legde een kaartje met de andere stamgasten.

De kolenboer was een bekende en graag geziene persoon in het Bornse, mede dankzij zijn sociale inborst en opstelling. Op zijn beurt kende hij door zijn fotografisch geheugen vrijwel elke Bornenaar. Hij maakte dan ook makkelijk contact. Iemand met een dergelijke eigenschap konden ze goed gebruiken bij de begrafenisvereniging St.Jozef, die later opging in St.Barbara. Hij werd drager en hield dit een groot aantal jaren vol. ‘’Ze moeten er toch onder en ik kan nog wel even wachten’’, was zijn reactie toen familieleden de inmiddels hoogbejaarde Bernard vroegen ermee te stoppen. 

Stilzitten, dat was er niet bij. Na zijn laatste rit als kolenboer, in dat najaar van 1972 stortte hij zich met hart en ziel op zijn gevederde vrienden, de duiven. Korven, ringen, klokken, wedstrijden vliegen… Bernard beleefde bijzonder veel plezier aan zijn vogels De laatste kolenboer van Borne overleed op 20 mei 2002.

Uit: Markante Bornenaren, geschreven door Annemarie Haak. Tekeningen van Hans Leuverink. Dit boekje werd uitgegeven ter gelegenheid van de 800ste verjaardag van Borne

Meer berichten