<p>Jan van de Riet stond aan de wieg van de Zenderense ijsbaan</p>

Jan van de Riet stond aan de wieg van de Zenderense ijsbaan

(Foto: )

Zeventig jaar secretaris van ijsbaan

Het wordt kouder, de verwachting is dat het gaat vriezen. Of er weer een strenge winter komt, is niet duidelijk. De verschillende ijsclubs laten hun banen al weer vollopen. Je moet immers voorbereid zijn op het ijs. 

ZENDEREN - Veel ijsbanen kampen echter met een tekort aan ijsmeesters. Mannen die het wassende ijs in de gaten houden en peilen of het sterk genoeg is om op te kunnen schaatsen. Dat bracht mij op een interview uit 1994, dat ik had met Jan van de Riet, een man die aan de wieg stond van de Zenderens ijsbaan en die maar liefst zeventig jaar het secretariaat bemande.

Op zijn boerderij aan de Albergerweg toont hij de statuten van de beginperiode en vertelde de secretaris over de club waaraan hij zijn hart had verpand. Over de beginperiode toen de ijsbaan in een laaggelegen weiland lag, dat ’s winters onder water stond. En over de verhuizing naar Het Hag, de huidige locatie van de ijsbaan. ‘’Vooral in die beginperiode was het roeien met de riemen die je had. We leenden een tafeltje bij Haarhuis, zaten op een boomstronk erachter en dat was de kassa. Om warm te blijven deden we onze voeten in een zak hooi. Licht was er evenmin. Zodra het donker werd ging de baan dicht.’’

De aankondiging dat de ijsbaan open ging, was eveneens een bijzondere, want kranten waren er nauwelijks. ‘’Dus als het ijs sterk genoeg, ging eens van ons naar Borne om Jan met de Pan in te lichten. Die ging dan het dorp door met de kreet: Eden havond zal de Zenderense hijsbaan gehopend worden en zal met licht verlicht worden!’’ Een kleine route kostte een gulden, een grote een rijksdaalder. Legendarisch!

De bouw van de stuw was een hele verbetering, maar dat kostte destijds veel geld. Dus moest het bestuur de boer op. Ook bij Jacob Spanjaard werd onder meer aangeklopt. ‘’Hij gaf ons honderd gulden en zei: Da’s voor de ijsbaan! O, wee als jullie d’r een feestje van gaan bouwen!’’ Samen met de opbrengst van een collecte kon de bouw gerealiseerd worden. De eerste winter in 1928 was meteen een topper. Toen was de baan 32 dagen open. Het record werd echter behaald in de winter van ’62-’63. ‘’In dat seizoen is de baan maar liefst 73 dagen open geweest!’’ Dat bracht een mooi bedrag in de kas, dat weer geïnvesteerd kon worden. En zo kwam er in de loop der jaren een kantine en een gebouw voor de opslag. De manier van schaatsen is in de loop der jaren veranderd. ‘’Voor de oorlog kenden we alleen rechte banen, je schaatste heen en terug. Of men deed aan schoonrijden, met gekruiste armen schaatsten hele rijen over het ijs.’’

De zorg voor het ijs was destijds en is nu nog steeds heel belangrijk en vergt de nodige aandacht. ‘’Als je ijs niet heel zorgvuldig behandelt, kun je in de kortst mogelijke tijd de hele baan verpesten.’’ Zo is het absoluut noodzakelijk dat er elke avond geveegd en gedweild wordt. ‘’Door het schaatsen komt er schraapsel op de baan te liggen. Haal je dat er niet bijtijds af, dan vriest het vast en kun je de volgende dag niet meer schaatsen. Barsten moet je dichten met water. Bij sneeuwval is het dubbel opletten geblazen. Sneeuw is echt funest voor het ijs. Nu staan er machines en grote schuivers, maar vroeger gebeurde het vegen met de hand. Met een bezem het ijs op en een emmer water voor de barsten.’’ Om te bepalen of het ijs dik genoeg is, wordt er elke dag gepeild. Dat betekent een gaatje boren in het ijs en zo de dikte meten. Dat gebeurt op diverse plekken in het ijs. Meestal moet het ijs rond de zeven of acht centimeter zijn, dan kan er geschaatst worden.

Goeie bruikbare tips, we wachten af of er geschaatst kan worden komende winter.

Meer berichten