Foto:

Bekenden

Irene Pigge is samen met haar man eigenaar van het koffiezaakje op het station van Borne. Een druk punt, waar veel ontmoetingen plaatsvinden en reuring is. In Hart van Borne vertelt zij wat zij er zoal meemaakt.

Op een plek als het station zie je natuurlijk een verscheidenheid aan mensen. Mensen op doorreis, forensen en studenten. Mensen die voor de eerste keer op ons station aankomen, maar ook mensen die al helemaal horen bij het straatbeeld. Omdat ze van treinen houden, of graag mensen kijken, of naar de vogels die opschrikken van het rumoer van de aanstormende trein. De trein/vogelspotter die iedere dag zijn stek vindt bij de spoorwegovergang, heeft bij ons zijn eigen kopje staan dat we trouw afwassen, wel zo duurzaam. Hij helpt me regelmatig met het wegbrengen van oud papier en lege flessen.

Een paar jaar geleden alweer was er Ronald, ook een bekend gezicht in de stationsomgeving. Hij kwam iedere dag trouw een praatje maken, een bakkie doen, een maaltijd halen. Omdat je elkaar iedere dag ziet, ontstaat er betrokkenheid en toen bleek dat hij ziek was, probeerden we te kijken wat we konden doen. De maaltijden iets aanpassen zodat hij ze kon verdragen of eten? Dat kon toen nog wel en deden we graag. Toen hij niet meer kon, werden we op de hoogte gehouden door zijn dochter en na zijn overlijden heeft zijn rouwkaart bij ons op de balie gestaan. Hij hoorde een beetje bij het station.

Ik ga in mijn hoofd na wie ik nog meer vaak zie en nu bedenk ik me wie ik al een heel tijdje niet meer heb gespot. De vrouw die bezig was met een moeizaam traject zwanger te worden, werkt al jaren thuis nu. Zou het allemaal goed zijn gegaan, heeft ze een kindje mogen krijgen? De stationsjutter op de fiets, vaak met zijn kleinzoon voorop, die in de ochtend langs de fietsenstallingen reed om te kijken of iemand misschien iets had verloren om deze netjes naar het politiebureau te brengen. Al een heel tijdje niet gezien. Hoe zou het met hem zijn? Zou hij er nog zijn? Ik kom er misschien wel nooit achter.

Meer berichten