Foto:

Samen Kerken: Rondom Pasen op weg…

Schrijvend in de Paasperiode kijk ik terug op een op week die ongeëvenaard is. Terwijl Europa, en vooral het oosten op zijn grondvesten schudt zingt een Oekraïens kinderkoor in de kapel van de Zwanenhof op Palmzondag het volkslied om vervolgens met allen in de kapel het Dona nobis Pacem te zingen.

Nog nooit heeft dit lied zoveel betekenis gehad voor mij als op dat moment. We zingen hartstochtelijk om vrede in de wetenschap dat een president de macht van de sterkste middels bombardementen wil bevestigen. Deze Palmzondagviering eindigen we met het lied “God weet komt het goed”. Om me heen kijkend zie ik veel mensen die zich inzetten om het goede te doen. Het is hartverwarmend te ervaren dat er zorg is om en voor de vluchtelingen, dat in de westerse christelijke traditie Pasen zo beleefd wordt. Met een Paastakje, met elkaar gedeeld gaan we weer naar ons huis. Weer een gewone week, of toch een Goede Week. Dan volgt Witte Donderdag. In de oude Synagoge in Borne ben ik aanwezig met een kleine groep om in een Agapè-viering om de vruchten van het graan en van de wijnstok met elkaar te delen. Op Goede Vrijdag nemen een kleine groep mensen deel aan het herdenken van het lijden en teven van Jezus. De foto’s van de kruiswegstaties van het voormalige Karmelietessen-klooster in Zenderen geven in al zijn eenvoud een gezicht aan het lijden en sterven van Jezus van Nazareth. Medemensen lijden en sterven op dit moment op vele plekken in de wereld, ver weg op andere continenten, maar ook dichtbij, nog geen 1500 kilometer van ons vandaan. Het lijkt alsof op vele plekken het steeds donkerder wordt, steeds meer levenskaarsen worden gedoofd, terwijl we blijven zeggen “God weet komt het goed”. Tussendoor gaat het leven van alledag gewoon verder. We kijken rondom ons, verbaasd, vertederd, verdwaasd. We hopen op…. Ja waar hopen we op? Vrede, tegen beter weten in. Op Paaszaterdag wordt ‘s avonds in de vallende duisternis de Paaskaars ontstoken en de vijf wierooknagels van het lijden in de Paaskaars gestoken. In de donkerte toch een klein lichtje. Dat lichtje dat op de Paasochtend ‘s morgens vroeg in de grijze schemering van de zich langzaam rood-oranje kleurende morgenlucht op de kleine dodenakker van de Zwanenhof ontstoken wordt, “Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft” wordt er gezongen. Het lichtend vuur geven we aan elkaar door en langzaamaan vult de gloed van het kaarslicht de kapel, zoals ook het scheppingsverhaal over ons heen komt.

“Dan zal ik leven” klinkt als een wens, een smeekbede voor allen en zeker voor de huidige bewoners van de Zwanenhof. Terwijl we in de Tuinzaal samen eten en drinken voelen we ons de gasten van de Oekraïense bewoners van dit huis. Midden tussen oorlog en geweld vieren we Pasen, langer dan een week, want in de orthodox-christelijke kerk is Pasen een week later dan “bij ons”, en herhaalt zich het Paasverhaal volgens de Orthodoxe traditie. Midden tussen bombardement en geweld, tussen vrede en oorlog hebben miljoenen mensen samen een wens; dat de vrede, dat het leven mag winnen en overwinnen. Dat volkeren in vrede verbonden worden en blijven wensen we elkaar.”God weet komt het goed” wordt onstuitbaar “God weet het komt goed”.

24 april, orthodox Pasen

Jan Morsink

samen kerken

Meer berichten