Foto:

Samen Kerken: Wij zijn de tijden

Door de oorlog tussen Oekraïne en Rusland staat de hele wereld op scherp. We zien en horen dagelijks de berichtgevingen en voelen ons vaak machteloos bij zoveel leed. Welk appèl doet deze tijd op ons moreel of misschien spiritueel kompas? Waar is de wereld mee gebaat? 

Drie mensen die ons kunnen helpen: 

De kerkvader Augustinus (354-430). Hij schreef: ‘Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden’. Dat zeggen de mensen tenminste. ‘Zoals we zijn, zo zijn de tijden’ 

1

 

Als antwoord op deze constatering schrijft hij’Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij zijn de tijden. Zoals we zijn, zo zijn de tijden.’

Etty Hillesum, een jonge joodse vrouw, gestorven in Auschwitz (1914-1943) zet haar machteloosheid om in zelfreflectie. In kamp Westerbork schreef ze: ‘Aan deze wereld, die zo vol dissonanten is, zou men niet de kleinste dissonant mogen toevoegen.’

2

 

Wat later schrijft ze: ‘Het zijn bange tijden, mijn God. Vannacht was het voor het eerst dat ik met brandende ogen slapeloos in het donker lag en er vele beelden van menselijk lijden langs me trokken.--- Ik zal je helpen, God, dat je het niet in mij begeeft, maar ik kan van te voren nergens voor instaan. Maar dit ene wordt me steeds duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen wij onszelf. En dit is het enige wat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige waar het op aan komt: een stukje van jou in onszelf, God. En misschien kunnen we ook eraan meewerken jou op te graven in de geteisterde harten van anderen. Ja, mijn God, aan de omstandigheden schijn jij niet al te veel te kunnen doen, ze horen nu eenmaal bij dit leven. Ik roep je er ook niet voor ter verantwoording, jij mag ons daar later voor ter verantwoording roepen.’

3

Titus had eerbied voor het leven

En natuurlijk kunnen we inspiratie vinden bij onze medebroeder karmeliet Titus Brandsma, gestorven in Dachau (1881-1942) en wiens heiligverklaring 15 mei a.s. in Rome is. Titus had eerbied voor het leven. Hij leefde vanuit de overtuiging dat ieder mens kind van de Ene is, niemand uitgesloten, ook de beul en de vijand niet. Toen hij na zijn aanhouding in de gevangenis van Scheveningen zijn verweerschrift schreef, eindigde hij met de woorden: ‘God zegene Nederland. God zegene Duitsland. God geve, dat beide volkeren weldra weer in volle vrede en vrijheid naast elkaar staan in zijn erkenning en tot eer, tot heil en bloei van beide zo na verwante volkeren.’

Eerbied hebben voor alle leven.

Geen dissonant toevoegen. God opgraven in de geteisterde harten van anderen.

Goddank, hoeven we niet machteloos toe te kijken, want u en ik, vandaag en iedere dag, 

in Hertme, Borne, Zenderen, of waar dan ook: ‘wij zijn de tijden.’

Paula Tielemans

Karmelklooster Zenderen 

1

Augustinus / sermo 80,8

2

Etty Hillesum, Het verstoorde leven, 29 mei 1942

3

Idem, 12 juli 1942

Meer berichten