Afbeelding
Foto: Ola Mishchenko

Nieuwe richtlijnen in de Schijf van Vijf

Het Voedingscentrum heeft de Schijf van Vijf vernieuwd. In de meest recente versie staan niet alleen gezondheid, maar ook duurzaamheid en voedselveiligheid centraal. Vooral de adviezen rondom eiwitten zijn aangepast, waarbij een duidelijke verschuiving zichtbaar is van dierlijke naar plantaardige voeding.

REGIO - De vijf vakken van de Schijf van Vijf blijven hetzelfde, maar vooral binnen het roze vak met eiwitbronnen zijn de aanbevelingen veranderd. Voor volwassenen geldt voortaan een maximum van 300 gram vlees per week. Daarvan mag slechts 100 gram bestaan uit rood vlees, zoals rund- of varkensvlees. In de vorige versie lag deze grens aanzienlijk hoger, namelijk 500 gram vlees per week, waarvan 300 gram rood vlees. Ook wordt het gebruik van plantaardige eiwitbronnen, zoals peulvruchten, gestimuleerd. De aanbevolen hoeveelheid is verhoogd van 120 tot 180 gram per week naar 250 gram.

Ook andere productgroepen zijn opnieuw beoordeeld. Zo is het advies voor kaasconsumptie gehalveerd, van 40 naar 20 gram, en wordt vaker aangeraden om zuivel te vervangen door plantaardige alternatieven. Noten krijgen juist een iets grotere rol in het dagelijkse eetpatroon. Deze aanpassingen zijn gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten en berekeningen van onder meer het RIVM, waarbij zowel gezondheidseffecten als milieubelasting zijn meegenomen.


Lange geschiedenis

De Schijf van Vijf kent een lange geschiedenis die teruggaat tot 1953. Het model werd ontwikkeld door voedingsdeskundige Cees den Hartog, die zich liet inspireren door een Amerikaans voorbeeld waarin voeding visueel werd weergegeven. In de oorspronkelijke Schijf van Vijf stond het advies om dagelijks vlees, vis, eieren of peulvruchten te eten, waarbij afwisseling belangrijk werd geadviseerd. Die variatie was niet alleen bedoeld voor een gezond voedingspatroon, maar had ook een praktische reden: vlees was destijds kostbaar en werd gezien als een luxeproduct.

In de decennia daarna veranderde het eetpatroon van Nederlanders ingrijpend. De consumptie van vlees nam toe en bewerkte producten werden steeds meer gangbaar. Vanaf de jaren 70 groeide het besef dat deze ontwikkeling gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, zoals hart- en vaatziekten, kanker en diabetes type 2. Dat leidde tot nieuwe inzichten en uiteindelijk tot aanpassingen in de voedingsvoorlichting. Zo werd in 1981 de Maaltijdschijf geïntroduceerd, waarin plantaardige producten een meer prominente plaats kregen en vetgebruik juist werd beperkt. In plaats van 5 vakken bestond de Maaltijdschijf uit 4 vakken. Melk verloor zijn eigen vak en verhuisde naar het vlees- en visvak. 

In de jaren 90 verschoof de focus verder. Niet langer stonden afzonderlijke producten centraal, maar het totale eetpatroon. Met de introductie van de Voedingswijzer werd benadrukt dat er ruimte is voor persoonlijke keuzes, zolang het geheel in balans blijft. Tegelijkertijd kwamen thema's als vezelinname, voedselveiligheid en het lezen van etiketten meer in beeld.


Schijf van Vijf keert terug

De herkenbaarheid van de oorspronkelijke Schijf van Vijf bleek echter groot. Daarom werd het model in 2004 opnieuw ingevoerd, dit keer met modernere inzichten en meer aandacht voor de herkomst van voedsel. Sindsdien is het model meerdere keren aangepast, waarbij duurzaamheid een steeds grotere rol kreeg. In 2016 werd voor het eerst expliciet geadviseerd om minder vlees te eten en meer plantaardige alternatieven te gebruiken.

De nieuwste versie bouwt voort op deze ontwikkeling. De basis blijft onveranderd: veel groente, fruit en volkorenproducten, en terughoudendheid met zout, suiker en verzadigd vet. Nieuw is vooral de verdere verfijning van hoeveelheden en de aandacht voor verschillende eetvoorkeuren, zoals volledig plantaardige voeding.

Pen