Hond en baas moeten goed op elkaar ingespeeld zijn.
Hond en baas moeten goed op elkaar ingespeeld zijn. Foto: Shutterstock

De geleidehond: onmisbare partner

Je ziet ze niet heel vaak in het straatbeeld, maar voor de gebruiker zijn ze onmisbaar: een geleidehond. Voor mensen met een ernstige visuele beperking kan de hulphond het verschil maken tussen thuis blijven of een actief leven buiten de deur hebben. Volgens het Koninklijk Nederlands Geleidehonden Fonds zijn er inmiddels 628 'superteams' in Nederland: een hulphond en cliënt. Hoewel het merendeel hiervan de bekende blindengeleidehond is, zijn er ook een aantal hulphonden voor bijvoorbeeld PTSS opgenomen in dit cijfer.

REGIO - De blindengeleidehond geeft de cliënt een belangrijk stukje bewegingsvrijheid terug. Hiervoor is een gedegen opleiding nodig, wat aardig wat tijd in beslag neemt. Daarom zijn de wachttijden voor een geleidehond lang en doorloopt ook de cliënt een uitgebreid traject om goed beslagen ten ijs te komen; dit kan zo'n twee jaar duren. Afgelopen jaar werden in totaal 64 blindengeleidehonden geplaatst bij hun nieuwe baas.

Intensieve training
Een geleidehond wordt je zeker niet zomaar. Dit traject begint bovendien al ruim voor de geboorte. De KNGF heeft sinds 1985 een eigen fokprogramma; zo kan men de kwaliteit en slagingskans van zo'n traject beter in de hand houden. Slechts een kwart van de honden van een particuliere fokker schopt het tot geleidehond; bij het eigen fokprogramma is dit 75 procent. Jaarlijks worden er ongeveer 200 KNGF-pups geboren. Dankzij dit programma weet men precies de sterke en zwakke punten van de ouders, wat zelfs 5 generaties teruggaat. Naast een goede fysieke gezondheid van de hond spelen ook factoren als temperament en intelligentie een rol.

Wanneer de pups 7,5 oud zijn gaan ze naar een puppypleeggezin; hier groeien de honden in huiselijke kring op. Het eerste levensjaar staat geheel in het teken van opgroeien tot een stabiele, gehoorzame en zelfverzekerde hond.

Wanneer de hond zo'n 14 maanden oud is beginnen ze aan  hun opleiding. Hier leren ze eerst de basis en doen ze veel ervaringen op: een ritje met het OV, een rondje door het winkelcentrum, samen traplopen, naar de kinderboerderij en meer. Zo komen de sterke en zwakke kanten van de hond aan het licht. Dit bepaalt bijvoorbeeld of een hond geschikt is als geleidehond - de meest uitdagende taak - of dat de hond beter ingezet kan worden om bijvoorbeeld mensen met PTSS te ondersteunen.


Aan het eind van de opleiding doet de hond examen. Ze moeten immers veel kunnen en de cliënt moet er 100 procent op kunnen vertrouwen. Zo kent een geleidehond ruim 70 unieke commando's. Bovendien moet de hond ook een mate van inzicht hebben in de cliënt: hij leert bijvoorbeeld rekening te houden met 1 meter ruimte in de breedte en 2 meter in de hoogte, zodat de cliënt overal veilig door kan. Ook moet hij een zebrapad, oversteek en obstakels herkennen. Tegelijk moet een goede geleidehond ook juist 'intelligent ongehoorzaam' zijn: hij moet commando's negeren die gevaar opleveren, zoals oversteken bij rood licht.


Goede match
De volgende belangrijke stap is het matchen van een hond en cliënt. Hierbij spelen aardig wat factoren een rol. Zo worden hond en baas gekoppeld op basis van looptempo, zodat beiden comfortabel kunnen lopen. Ook het karakter is belangrijk; een rustig of energiek temperament is bepalend voor de match. Het nieuwe team leert dan ook eerst goed samenwerken onder vakkundige begeleiding.


Met pensioen
Als alles goed verloopt qua fok, opleiding en match heeft het nieuwe team een band van zo'n 9 jaar. Want wanneer een KNGF-geleidehond tien jaar oud is, gaat deze met pensioen. Eerder als de situatie daartoe aanleiding geeft, zoals op medische gronden. De cliënt kan besluiten om de hond e houden na diens pensionering. Dit gaat altijd in overleg, want het is ook simpelweg niet altijd in het belang van de hond om bij de eigenaar te blijven. Bijvoorbeeld wanneer iemand nog werkt en veel van huis is; dan is een gepensioneerde hond die lang thuis blijft niet ideaal. Er kan dan gekeken worden naar andere opties, zoals iemand in de naaste omgeving die de hond zou willen adopteren. Wanneer ook dat geen optie is, zorgt KNGF voor een passend gouden mandje. De hond kan dan bijvoorbeeld terugkeren naar het pleeggezin waar de loopbaan ooit begon, of naar een ander gezin dat zich heeft aangemeld om een pensioenhond te verwelkomen.

Steun nodig
Het opleiden van een geleidehond is een flinke investering; van fok tot pensionering zo'n 40.000 euro. De KNGF is dan ook altijd op zoek naar donoren, maar ook gezinnen die bijvoorbeeld als pleeggezin aan de slag willen. Wilt u ook helpen? Kijk dan op: www.geleidehond.nl

Pen